Er is toch niks mooiers dan iemand lief te hebben die alles voor je betekent? Je ideale wederhelft. Iemand die je troost. Die je door en door kent en tot orde roept als het nodig is. Waarmee je je verbonden voelt. Die met een zachte blik naar je kijkt.

 

Ontbrekende helft

Als jong meisje was ik al een romantische ziel en droomde ik ooit mijn ridder op het witte paard te ontmoeten. Een ridder waar ik mijn hele leven lang bij zou blijven. Wat zou er trouwens mis kunnen gaan als je die ene hebt ontmoet. Het soort liefde dat wordt bezongen in het mooiste lied. Dat romantische beeld had zelfs Plato al. De mythe vertelt dat mensen vast aan elkaar geboren werden, maar door goden werden gescheiden, omdat ze anders te machtig zouden zijn. Maar elke helft bleef wanhopig naar de andere verlangen. Ze zoeken elkaar op, slaan de armen om elkaar heen om in hun verlangen tot een eenheid te groeien.  “Ieder van ons is dus een ontbrekende helft, op zoek naar de andere”.

 

Illusie

Een geweldige mythe. En hoe heerlijk is het niet om die ontbrekende helft te vinden. Twee halve mensen worden samen heel. Een symbiotische liefde. Maar dit heeft ook een bittere keerzijde. Wat als die andere helft opstapt of het liefdesvuur stilaan uitdooft. Ben je dan incompleet?

Hebben wij de andere nodig om compleet te zijn? Klopt het dat de andere ons daadwerkelijk gelukkig maakt?

De eerste jaren van mijn relatie met mijn man stond ik steeds in zijn schaduw. Ik kwam na hem binnen. Hij was aanwezig en ik stond achteraf. Ik maakte zelf nooit beslissingen en vroeg steeds zijn goedkeuring en erkenning. Hij maakte me blij of niet. Was hij niet thuis, mistte ik hem.

Begrijp me niet verkeerd. Dit alles was een keuze van mij.

 

Afhankelijk van de liefde

Mijn verliefde bestond uit hoop op ultieme aanvaarding en angst voor totale afwijzing. Ik was steeds bang om hem te verliezen.

Ik was compleet afhankelijk van zijn liefde en waardering. Zelfs op momenten dat onze relatie stabiel was, was de angst van afwijzing steeds aanwezig.

Ik kwam er echter achter dat dit niks te maken had met mijn partner, maar dit ging over de relatie die ik met mezelf had. Mijn zelfbeeld. De basis van dit zelfbeeld wordt gevormd in onze vroege jeugd. In de opvoeding om precies te zijn. Onze ouders stelden, vanuit liefde, grenzen aan ons gedrag. We waren afhankelijk van hen en soms werd ons gedrag gewaardeerd, en ander gedrag afgewezen. Ik ruimde mijn speelgoed op om waardering van mijn ouders te krijgen. Ik at mijn bord leeg om die goedkeuring te krijgen. Die angst van afwijzing dragen we de rest van ons leven mee. Telkens opnieuw vroeg ik aan mijn partner bevestiging in het feit of ik  goed/lief/sexy genoeg was.

 

Zelfliefde

We vergeten echter dat de andere nooit helemaal in die behoefte kan voorzien.

Doorheen de jaren ben ik als persoon gegroeid en heb ik geleerd  de verantwoordelijkheid te nemen voor mezelf en alles wat ik voel. Ik koppel mijn eigenwaarde los van de erkenning van de andere of mijn partner. Dit kan je doen door te oefenen in zelfliefde. Je bewust worden van je zelf-afwijzende gedachten is een begin. Als bewustwording ontstaat, kan je hierin een keuze maken. En geloof me, dit is niet altijd even makkelijk. Het is een proces van jaren en zal  een leerschool blijven waarin ik steeds verder groei. Met een milde blik naar jezelf kijken. Leren inzien en ook echt doorvoelen dat je goed bent zoals je bent. Langzaamaan leer je dat je de andere niet meer nodig hebt om je een goed gevoel te geven.  Je wordt autonomer in je liefdesrelaties en je hebt minder angst de andere te claimen of te verliezen.

Ik voel me nu meer verbonden in het samenzijn met mijn partner.  Want deze verbinding komt vanuit oprechte belangstelling en blijdschap hem te zien. Ik stel mijn partner niet meer verantwoordelijk voor mijn geluk of issues.

Wat kan de liefde toch mooi zijn!!